Strafrecht

Strafbeschikkingen


Normaal gesproken worden verdachten be- en veroordeeld door een rechter. Door de inwerkingtreding van de ‘Wet OM-afdoening’, kan in sommige gevallen de Officier van Justitie zelf aan verdachten een straf opleggen. Oorspronkelijk houdt de Officier van Justitie zich bezig met de opsporing en het aanklagen van verdachten. De reden voor deze bevoegdheidsuitbreiding is dat op deze manier de werkdruk van rechters wordt verlicht.

De Officier van Justitie kan de verdachte een straf opleggen in een zogenaamde ‘strafbeschikking’. Hierin staat dan o.a. voor welk strafbaar feit de verdachte wordt veroordeeld en welke gedraging van de verdachte ertoe heeft geleid dat hij hiervoor wordt veroordeeld. Daarnaast vermeldt de strafbeschikking wat voor en straf, maatregel of aanwijzing hem wordt opgelegd.

De soorten en hoogte van straffen die een Officier van Justitie kan opleggen zijn beperkt. Hij kan een taakstraf (van maximaal 180 uren), een geldboete (tot het wettelijk toegestane hoogte), de maatregel onttrekking aan het verkeer, een schadevergoedingsmaatregel voor het slachtoffer of ontzegging van de bevoegdheid om een motorvoertuig te besturen (gedurende maximaal 6 maanden) opleggen. Daarnaast kan de strafbeschikking ‘aanwijzingen’ bevatten waar de verdachte aan moet voldoen. Een voorbeeld van zo’n maatregel is het verplichten van de verdachte dat deze een bedrag stort in het schadefonds voor geweldsmisdrijven.

Het is niet zo dat wanneer een Officier van Justitie bevoegd is om een zaak af te doen, de zaak helemaal niet meer door een rechter beoordeeld kan worden. De verdachte kan namelijk binnen 14 dagen nadat hij de strafbeschikking in handen heeft gekregen, in ‘verzet’ gaan. De verdachte laat dan aan de desbetreffende Officier van Justitie weten dat hij het niet eens is met zijn strafbeschikking, en dan wordt de gehele zaak alsnog door een rechter beoordeeld.

Direct in contact komen met een van onze medewerkers?